Je medewerkers willen minder autorijden. Maakt jouw mobiliteitsbeleid het hen makkelijk?
.jpg)
.jpg)
De federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer publiceerde net haar jaarlijkse BeMob-enquête: een bevraging van 2.500 Belgen over hun verplaatsingsgewoontes in 2025. Het gaat om alle verplaatsingen (niet enkel woon-werkverkeer), maar ook boodschappen, vrije tijd en sociale activiteiten.
Deze cijfers moet elke HR- of fleet manager op zak hebben bij het uitrollen of herbekijken van het mobiliteitsbudget.
De wagen wint nog steeds, maar niet met overmacht
88% van de Belgen gebruikt de wagen minstens af en toe, en meer dan de helft doet dat drie keer per week of vaker. Geen verrassing daar. Maar de wagen staat niet alleen: 95% van de Belgen gaat te voet, en het openbaar vervoer (66%) en de fiets (53%) zijn duidelijk uitgegroeid tot de twee belangrijkste alternatieven.
Interessant detail: wie fietst, doet dat vaker dan wie het openbaar vervoer neemt. 19% van de Belgen pakt minstens drie keer per week de fiets, tegenover 16% voor het openbaar vervoer. Op bereik verliest de fiets dus, op frequentie wint hij.
Wat dit betekent: je werknemers gebruiken vandaag al meerdere vervoerswijzen door elkaar. Een mobiliteitsbudget dat enkel inzet op één alternatief (bijvoorbeeld enkel openbaar vervoer) mist de helft van de realiteit. Een platform dat wagen, fiets, openbaar vervoer en laadbeheer in één mobiliteitsbudget onderbrengt, sluit veel dichter aan bij hoe mensen zich écht verplaatsen dan een aparte tool per vervoerswijze.
De elektrische fiets is de enige échte beweging sinds 2022
Tussen 2022 en 2025 zijn de mobiliteitsgewoontes van de Belgen opvallend stabiel gebleven. Op één uitzondering na: de elektrische fiets. Het aandeel gebruikers steeg van 24% naar 28%, terwijl klassieke fietsen terrein verliezen. Bij de regelmatige gebruikers (minstens wekelijks) is de e-bike intussen zelfs populairder dan de gewone fiets: 16% tegenover 15%.
Wat dit betekent: als je nog geen budget voorziet voor elektrische fietsen binnen je mobiliteitsbudget of cafetariaplan, loop je achter op een trend die al drie jaar aan de gang is. En als je dat wél al doet: zorg dat de administratie erachter niet even zwaar weegt als de investering zelf. Bij een fietslease keurt HR de uitgave de eerste keer nog manueel goed in Mbrella, maar daarna verloopt de verwerking automatisch voor de volgende maanden, wat het voor medewerkers én HR makkelijker maakt om die overstap te maken.
De trein heeft potentieel dat nu onbenut blijft
Meer dan de helft van de Belgen neemt minstens één keer per jaar de trein, maar 39% doet dat slechts een paar keer per jaar. Dat is een grote groep occasionele gebruikers die met de juiste incentives vaker de trein zou kunnen nemen.
Leeftijd speelt hier een grote rol: 22% van de 18- tot 24-jarigen neemt wekelijks de trein (vooral studenten), maar dat percentage daalt gestaag met de leeftijd tot bijna verwaarloosbaar bij gepensioneerden.
Wat dit betekent: je jongere medewerkers zijn al treingebruikers. Zorg dat een treinabonnement via je mobiliteitsbudget net zo makkelijk te activeren is als elke andere optie, anders verlies je een groep die al mee wil. Het activeren van een derdebetalersregeling zorgt er bovendien voor dat de werknemer 20% bespaart op zijn treinabonnement, wat de drempel voor de occasionele treinreiziger verlaagt om het vaker te doen.
Perceptie versus praktijk: waarom de wagen wint op gemak, niet op waarden
Wanneer Belgen gevraagd worden naar hun perceptie van vervoerswijzen, is het patroon glashelder:
- De wagen wint op snelheid (93%), gemak (93%) en plezier (91%).
- Te voet en de fiets winnen overtuigend op prijs, gezondheid en milieu-impact (telkens boven 90%).
- Het openbaar vervoer scoort minder op gemak, maar haalt dat terug op veiligheid en milieu-impact.
Met andere woorden: mensen kiezen de wagen niet omdat ze die het meest duurzaam vinden. Ze kiezen hem omdat hij praktisch is. Dat is een cruciaal inzicht voor elk mobiliteitsbeleid: als je het gebruik van alternatieven wil verhogen, moet je vooral het gemak wegnemen als drempel, niet enkel inzetten op bewustmaking. Eén overzicht, één app en één budget voor alle vervoerswijzen samen doet precies dat: het maakt de fiets, het openbaar vervoer of de laadpaal even vanzelfsprekend als de wagen.
De intentie om te veranderen is er, het gemak ontbreekt nog
29% van de fietsers wil de komende 12 maanden meer fietsen. 16% van de niet-fietsers overweegt om te beginnen. En bij wie al fietst en van plan is meer te fietsen, is de wagen veruit het eerste vervoermiddel dat vervangen wordt (46%).
Wat dit betekent: de wil om over te schakelen is aanwezig bij een aanzienlijk deel van je medewerkers. De vraag is niet óf ze willen veranderen, maar of jouw mobiliteitsbeleid het hen makkelijk genoeg maakt om dat ook te doen: met automatische goedkeuring van uitgaven en een app waar ze zelf hun mobiliteitsmix kunnen samenstellen.
Waarom dit nu relevant is
Vanaf 1 januari 2027 zullen bedrijven met 50 of meer werknemers naar alle waarschijnlijkheid een mobiliteitsbudget moeten aanbieden. Bedrijven met 15 tot 50 werknemers volgen op 1 januari 2028. De BeMob-cijfers laten zien dat de vraag naar alternatieven voor de wagen (fiets, elektrische fiets, trein) al leeft bij werknemers. Bedrijven die hun mobiliteitsbudget nu al goed inrichten, spelen in op een gedragsverandering die toch al bezig is, in plaats van ze op te leggen.
Meer dan 1.500 Belgische bedrijven en 45.000 medewerkers beheren hun mobiliteit intussen al via één platform, met gemiddeld meer dan 10 uur bespaarde HR-administratie per maand. Voor wie denkt dat een overstap veel tijd kost: bij een standaardopzet ben je al binnen 10 werkdagen operationeel.
Wil je weten hoe je een mobiliteitsbudget opzet dat aansluit bij hoe je medewerkers zich écht willen verplaatsen? Boek een demo en ontdek hoe Mbrella hierbij helpt.
Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer, Enquête BeMob: de gebruikte vervoerswijzen door de Belgen in 2025 (juni 2026).
